DE BOOG uitgeverij
  ... voor eenheid in geloof en leven
 

Uit Spreken Met God, Deel 1


zondag 8 december 2019
 
 

Eerste week. Donderdag

5. JEZUS KOMT OM DE WIL VAN ZIJN VADER TE VOLBRENGEN

-Onze wil vereenzelvigen met de wil van de Heer. De wijze waarop God ons zijn wil toont. De wil van God en onze heiligheid. -Andere wijzen waarop in ons leven de wil van God duidelijk wordt: gehoorzaamheid. Jezus navolgen in zijn vurig verlangen de wil van zijn Vader, God, te volbrengen. Nederigheid. -De wil van God volbrengen, óók als het pijn doet en een ondankbare, moeilijke taak lijkt.

5.1 Het leven van een mens kan zeer verschillende fundamenten hebben: rots, klei, veen, lucht. Alleen de christen heeft een stevig fundament waarop hij met zekerheid kan bouwen: Jahwe is een eeuwige rots.1 De Heer spreekt in het evangelie van de Mis over twee huizen. Bij het ene huis wilde de bouwer misschien besparen op de fundering of had hij te veel haast om de fundering af te maken. Hij gaf er niet de vereiste zorg aan. De bouwer van dat huis wordt door de Heer een dwaas genoemd. De twee huizen werden voltooid en lijken op elkaar, maar ze hadden lang niet hetzelfde fundament: het ene was gebouwd op een sterke rots en het andere op zand. Na een tijdje kwamen de problemen die de stevigheid van de bouwsels op de proef zouden stellen. Er kwam een stormachtige dag: De regen viel neer, de bergstromen kwamen omlaag, de storm stak op en zij stortten zich op dat huis. Op dat moment zou de stevigheid van de bouwsels blijken. Het ene bleef onbeschadigd, het andere huis stortte met veel geraas in: een complete ramp.

Ons leven kan alleen op Christus zelf gegrondvest zijn. Hij is onze enige hoop, ons zekere fundament. En dat wil op de eerste plaats zeggen, dat wij onze wil dienen te ver­eenzelvigen met zijn wil. Onze wil is niet een min of meer oppervlakkig aanhangen van een wazige Christusfiguur, maar een trouw blijven aan zijn duidelijke wil en aan zijn duidelijk te onderscheiden en te kennen persoonlijkheid. Niet ieder die tot Mij zegt: Heer, Heer! zal binnengaan in het koninkrijk der hemelen, maar hij die de wil doet van mijn Vader die in de hemel is, lezen we in het evangelie van de Mis.2 De wil van God is het kompas, dat ons op elk moment de weg wijst die naar Hem voert. Zijn wil is tege­lijkertijd het pad naar ons eigen geluk. Het volbrengen van Gods verlangen geeft ons ook een grote kracht om hinder­nissen te nemen. Wat moet het een vreugde zijn aan het eind van onze dagen te kunnen zeggen: ik heb altijd ge­zorgd in alles de wil van God te zoeken en die te volgen. Daarmee vergeleken zullen wij niet half zo blij zijn met behaalde overwinningen, noch zullen onze mislukkingen en het gedragen lijden van betekenis zijn. Wat voor ons zal tellen, zal duchtig tellen,  of wij Gods wil met ons leven -welke ons soms vaagjes, soms heel concreet duidelijk werd- voorrang hebben gegeven. Zijn wil kennen we altijd met voldoende duidelijkheid, als we niet blind zijn voor het licht van de ziel: het geweten.

Het liefdevol volbrengen van de wil van God is, tegelijkertijd, het hoogtepunt van alle heiligheid: «Zo zullen alle christengelovigen in de voorwaarden, verplichtingen en omstandigheden van hun dagelijks leven, en juist door dit alles, iedere dag meer geheiligd worden, als zij alles met geloof uit de hand van de hemelse Vader aanvaarden en met de wil van God meewerken...»3 Daaruit blijkt onze liefde tot God en ook de mate van eenheid met Hem. En de Heer toont ons zijn wil door middel van de geboden, aanwijzingen, aanbevelingen en voorschriften van onze Moeder de Kerk en de verplichtingen die onze persoonlijke roeping en levensstaat meebrengen. Het herkennen en liefhebben van de goddelijke wil zal ons de nodige kracht geven deze plichten volmaakt na te komen. Ze bieden ons de mogelijkheid om de menselijke en bovennatuurlijke deugden te beoefenen. De wil van God houdt nauw verband met het liefdevol begroeten van iedere nieuwe dag, met het vervullen van onze plicht ook als het lastig is, met de bovennatuurlijke en menselijke hulp die we bieden aan de medemens.

5.2 God toont ons zijn wil op een bijzondere manier door die personen aan wie wij gehoorzaamheid verschuldigd zijn en in de geestelijke leiding. Gehoorzaamheid is niet gebaseerd op de kwaliteiten -persoonlijkheid, verstand, ervaring, leeftijd- van degenen die we willen gehoorzamen. Jezus staat -Hij is God- oneindig ver boven Maria en Jozef. En toch: Hij was hun onderdanig.4 En meer dan dat: «Jezus Christus heeft, door het vervullen van de wil van de Vader, het rijk der hemelen op aarde gebracht. Hij heeft ons zijn geheim geopenbaard en door zijn gehoorzaamheid de verlossing bewerkstelligd.»5 Sommigen denken dat gehoorzaamheid een onderwerping is die de mens onwaardig is, typisch iets voor kinderen of voor weinig volwassen mensen. Zij zouden echter moeten bedenken dat de Heer gehoorzaam was tot de dood, tot de kruisdood.6 Christus gehoorzaamt uit liefde, om de wil van zijn Vader te vervullen. Dit is de diepe zin van de gehoorzaamheid van de christen jegens God en zijn geboden, tegenover de Kerk, de ouders, in ons beroeps- en maatschappelijk leven enz.

Om te gehoorzamen, zoals Jezus gehoorzaamde, moeten we beschikken over een brandend verlangen de wil van God in ons leven te volbrengen en nederig te zijn. Een ziel die overheerst wordt door hoogmoed laat geen ruimte voor gehoorzaamheid. Alleen wie nederig is, zal graag andere maatstaven als de zijne aanvaarden. Wie niet nederig is, zal soms het gebod openlijk verwerpen, en andere keren schijnbaar aanvaarden, maar niet echt van harte. Vanuit zijn kritische instelling zal hij er een eigen uitleg aan geven en eigen normen aanleggen. Zo verliest hij zicht op de bovennatuurlijke betekenis van de deugd van gehoorzaamheid. «Laten we dus op onze hoede zijn, want onze neiging tot egoïsme sterft nooit. En die neiging kan op veel manieren binnensluipen. God verlangt dat wij het geloof beleven in gehoorzaamheid, want Hij verkondigt zijn wil niet met luid trompet- en bazuingeschal. Soms manifesteert zijn wil zich als met zachte stem, diep in ons geweten, en wij moeten aandachtig luisteren om die stem te vernemen en haar trouw te volgen.

»Dikwijls spreekt de Heer tot ons door andere mensen. Dan kan het echter gebeuren dat we verlokt worden niet te gehoorzamen, omdat we hun fouten kennen of in ons binnenste opwerpen dat ze maar slecht op de hoogte zijn en onze omstandigheden niet begrijpen.»7 Ons verlangen de wil van God te volbrengen zal trouwens deze en andere hinderpalen overwinnen, die onze gehoorzaamheid kunnen tegenwerken.

Nederigheid geeft vrede en blijdschap om een gebod tot in het kleinste detail te volbrengen. Nederigheid verschaft ons de persoonlijke vrijheid om vrolijk te gehoorzamen. «Terwijl wij ons nederig onderwerpen aan de vreemde stem, overtreffen we onszelf in ons hart»8, overwinnen we ons egoïsme en verbreken haar boeien. Wij zullen niet lan­ger in slavernij verkeren. Zonder gehoorzaamheid is apos­tolaat onmogelijk. Alle inspanning, alle menselijke middelen en al onze verstervingen zijn zonder de geest van gehoor­zaamheid nutteloos. Een heel leven in volharding vullen met menselijk werk zou onvruchtbaar zijn, als we niet rekenden op Gods hulp. Zelfs onze meest eclatante successen zouden uiteindelijk waardeloos blijven, als wij de intentie niet hadden Gods wil te volbrengen: «God heeft onze werken niet nodig, maar onze gehoorzaamheid.»9

5.3 De wil van God komt ook tot ons in die zaken die Hij toelaat en die niet verlopen zoals wij verwacht hadden. Soms pakt het volstrekt anders uit als wat wij verlangen en met aandrang in het gebed om gevraagd hebben. Dan is het moment gekomen om meer te bidden en ons meer aan Christus te hechten. Vooral als de gebeurtenissen ons hard en moeilijk voorkomen: ziekte, de dood van een geliefde, het leed van de mensen die ons het meest nabij zijn...

De Heer zal ons met zijn gebed verenigen: Maar toch, niet wat Ik wil, maar wat Gij wilt.10 Niet mijn wil, maar uw wil geschiede.11 Hij wil zelfs delen in wat wij soms aan onrecht en onbegrip moeten lijden. Maar Hij leert ons ook gehoorzaam te zijn tot de dood, tot aan de dood op het kruis.12 

Als wij eens veel lijden te verduren hebben, zal de Heer ons onze tranen niet kwalijk nemen. Maar we moeten wel direct zeggen: Vader, uw wil geschiede. Er kunnen in ons leven zeer moeilijke ogenblikken voorkomen, misschien vergezeld van verduistering, angst en zieleleed; ogenblikken waarin het meer moeite kost de wil van God te aanvaarden; ogenblikken waarin ontmoediging op de loer ligt. Het beeld van Christus in de Hof van Olijven dient ons als een aanwijzing hoe wij in dergelijke momenten moeten handelen: omhels de wil van God, stel geen grenzen of voorwaarden, van welke aard dan ook; en bid, bid met volharding.

Het zal in de loop van ons leven vaak voorkomen, dat we in volledige overeenstemming met de wil van God onze Vader zullen moeten handelen. Juist dan zullen we in ons persoonlijk gebed zeggen: «Wilt U het, Heer?- Dan wil ik het ook!»13 Dan zal er vrede en rust komen in onze ziel en in onze omgeving. Ons geloof doet ons achter elke gebeurtenis een hogere wijsheid zien: «God weet meer. Wij mensen hebben weinig notie van de vaderlijke en fijngevoelige manier waarop Hij ons tot Zich voert.»14 Jezus Christus zal ons van al onze lasten verlossen en zij zullen geheiligd worden.

Achter elke gebeurtenis gaat de Voorzienigheid schuil. Alles is geordend tot en gericht op het beter dienstbaar zijn aan het heil van iedereen; werkelijk alles, zowel wat er in de gehele wereld voorvalt als wat er dagelijks in ons eigen kleine wereldje van gezin en werk gebeurt. Alle dingen kunnen en moeten ons helpen God te ontmoeten en dus ook vrede en rust voor onze ziel te vinden: God bevordert in alles het heil van die Hem liefhebben.15 

Het volbrengen van Gods wil is de ware bron van vrede en rust. Heiligen hebben ons het voorbeeld nagelaten van het onvoorwaardelijk vervullen van Gods wil. De heilige Johannes Chrysostomus drukte het zo uit: «Bij alles wat er voorvalt zeg ik: Heer, uw wil geschiede; niet wat ik wil telt, maar moge geschieden wat U wilt. Dat is mijn sterkte, dat is mijn onwrikbare rots, dat is mijn veilige stut.»16 Laten we aan het einde van dit gebed in eenheid met de Kerk vragen: God, bij de boodschap van de engel heeft de onbevlekte Maagd uw eeuwig Woord ontvangen. Zo is zij de tempel van God geworden, vervuld van het licht van de Heilige Geest. Wij vragen U: help ons haar voorbeeld na te volgen en ons in ootmoed te voegen naar uw wil.17

-1. Eerste lezing van de Mis, Jes 26,4. -2. Mt 7,21.24-27. -3. Vaticanum ii, Dogm. Const. Lumen gentium, 41. -4. Lc 2,51. -5. Vaticanum ii, o.c., 3. -6. Fil 2,8. -7. H. Jozefmaria Escrivá, Als Christus nu langs komt, 17. -8. H. Gregorius de Grote, Moralia, 35,14. -9. H. Johannes Chrysostomus, Homilieën over Matteüs, 56,5. -10. Mc 14,36. -11. Lc 22,42. -12. Fil 2,8. -13. H. Jozefmaria Escrivá, De Weg, 762. -14. A. del Portillo in het voorwoord bij Vrienden van God; cursivering is van de auteur. -15. Rom 8,28. -16. H. Johannes Chrysostomus, Homilie voor zijn ballingschap, 1-3. -17. Gebed van de Mis van 20 december.